Onze laatste dag aan de costa brava

Van 1 tot en met 10 maart jl. ben ik in opdracht van de stichting Hartpatiënten Nederland uit Roermond met 35 gasten/reizigers naar de Costa Brava gereisd, om precies te zijn naar hotel Barcarola (Van der Valk groep) in Sant Feliu de Guixols.

De groep bestond zoals zo vaak uit veelal ouderen waarvan een aanzienlijk deel hartpatiënt is.

Dat kan zijn: ooit een of meerdere hartaanvallen gehad, geopereerd (bypass of pacemaker ingebouwd) noem maar op. De gemiddelde leeftijd van de gasten ligt meestal ruim boven de zeventig jaar. Gezien het bovenstaande gaat er altijd een 2-koppig medisch team mee (Piet Peeters en Toos Geurts) en medische apparatuur (o.a. twee defibrillators).

Onze plannen
Het is gebruikelijk dat we het de laatste dag rustig aan doen, meestal een uitstapje van een paar uur waarbij het streven is rond een uur of drie ’s middags weer terug te zijn in het hotel. Dan kunnen de koffers worden gepakt, al dan niet nog wat boodschappen worden gedaan of voor de laatste keer een terrasje gepikt. De twee dagen erna zijn gewoon erg vermoeiend. De totale reisafstand vanaf de Spaanse Costa tot aan Horst bedraagt immers 1.400 km.

Nu waren de weersvoorspellingen niet best: na zonnige dagen met temperaturen tussen 11 en 16 graden zou het flink gaan regenen bij een maximum temperatuur van circa vijf graden, brrrrr.
Ik had mijn gasten ’s avonds van tevoren verteld dat ik pas ’s morgens de knoop zou doorhakken. Tossa de mar was een leuke optie, ook de botanische tuin in Blanes of misschien wel naar het leuke dorpje Pals. Maar wat te doen als het zou blijven regenen? Kelner Ben van ons hotel attendeerde mij op een modern nieuw overdekt winkelcentrum in Salts, vlakbij Girona. Als het inderdaad zo regende, dan kon je daar wel een paar uurtjes droog doorbrengen.

De wekker loopt af
Nadat ik ben opgestaan, zet ik de tv aan. Dat doe ik vaak om het laatste nieuws te horen en te zien wat het weer wordt. Het is tien over acht als ik op TVE (een Spaanse zender) een verslaggeefster in de sneeuw zie staan. Op de achtergrond rijden de auto’s heel voorzichtig door het witte landschap en op het scherm verschijnt de naam Terrassa (Barcelona). Op mijn kaart van Catalonië zoek ik Terrassa op; het ligt een stuk ten westen van Barcelona in de heuvels/bergen. Buiten is het regenachtig hoewel er ook droge perioden zijn. Op internet is enkel sprake van regen, geen sneeuw in onze regio.

Ik kies voor de zekerheid en besluit naar Girona te gaan; degene die niet wil shoppen, zet ik wel in de stad af, geen probleem. Het winkelcentrum ligt niet ver weg, ongeveer 35 km van ons hotel.
Zo gezegd, zo gedaan. Om half elf vertrekken we met 31 gasten, vier blijven achter in ons hotel want zij hebben andere plannen (vrijheid blijheid).
Onderweg gaat de regen over in natte sneeuw, maar de sneeuw blijft niet liggen.

Net voor Girona vermeldt een groot paneel over de weg dat vrachtwagens vanwege het weer niet richting Frankrijk kunnen rijden. Ik kan me daar wat bij voorstellen want de grensovergang ligt redelijk hoog in de bergen en daar kan beslist sneeuw vallen. Maar diezelfde grensovergang is wel nog 85 km verderop, moet ik me daar druk over maken? Nee toch!

Mijn gasten gaan lekker shoppen en een klein groepje breng ik nog naar de stad. Ik spreek met hen af dat ik ze om 13:45 uur weer ophaal. Dan zijn we om 14:00 uur weer bij het winkelcentrum terug voor onze terugreis van drie kwartier.
In het winkelcentrum eet ik een hapje bij de Chinees en loop hier en daar naar binnen voordat ik richting stad rij. Een groepje shoppers houdt het voor gezien en rijdt om 13:15 uur met mij mee richting stad. De natte sneeuw gaat geleidelijk over in droge sneeuw met dikke vlokken, het wordt snel wit om ons heen. Op de weg is het opvallend druk; wat moeten toch al die auto’s op een maandagmiddag rond 14:00 uur op de weg? We schieten slecht op, enerzijds vanwege de drukte en sneeuw en anderzijds omdat de Spanjaarden (of zijn het Catalanen?) niet op sneeuw zijn voorbereid. Uiteindelijk pikken we onze reizigers veel later op dan afgesproken. Vanwege de drukte probeer ik een andere weg richting het winkelcentrum maar het verkeer zit muurvast. Ik ben bijna 3 uur onderweg voor 2 x 5 km terwijl dat vanmorgen nog in een half uur ging ….

Eindelijk bereiken we dan toch het winkelcentrum waar al een dik pak sneeuw ligt (zeker 7 tot 8 cm). Even tellen of we iedereen hebben en dan maar gauw op pad. Ik verwacht dat het buiten de stad wel beter zal gaan, dan zijn we in elk geval voor het avondeten weer terug bij het hotel. Had ik dat maar niet gedacht, want we zijn amper tien minuten onderweg of we staan stil op een tweebaans weg. Vijf kwartier lang rij ik geen meter, daarna gaat het langzaam vooruit langs dwars staande vrachtwagens en verlaten personenauto’s.

Iedereen houdt de moed erin en amuseert zich (nog!) met de taferelen die we zien: auto’s die moeizaam van de plek komen en/of zich vastrijden. Het lijkt alsof niemand zich zorgen maakt….

Nadat ik al een aantal keren heb geprobeerd het hotel te bellen (kreeg geen aansluiting), krijg ik telefoon van Barbara van het hotel. Zij informeert hoe het met ons is en vermeldt ook nog even dat ze in Sant Feliu al uren zonder stroom zitten…………. ook daar sneeuwt het hevig, dikke vlokken en harde wind, echt een blizzard!

Onze route loopt via de C35, een flink uitgebouwde deels dubbelbaans weg, maar door de sneeuw is hiervan niets te herkennen. Omdat het zo slecht vooruit gaat, overweeg ik de N11 te nemen, dat is de rijksweg die in zuidelijke richting parallel aan de tolweg naar Barcelona loopt. Dan kan ik verder zuidelijk wel afbuigen via de C65, denk ik nog, maar de toegang tot de N11 is afgesloten. Overal zie je politiewagens met blauwe zwaailichten, nog nooit zoveel “blauw op straat”gezien als hier!

Het is ondertussen al donker geworden. Piet en Toos zorgen zo goed en zo kwaad als het gaat voor de inwendige mens (een kop soep of cacao doet wonderen!). Het aanwezige eten (bananen, mandarijnen, crackers e.d.) wordt broederlijk gedeeld, niemand klaagt of mort. Het is bewonderenswaardig hoe iedereen zich gedraagt, zo rustig. Van paniek is geen sprake.

In de tussentijd heb ik al contact gehad met Hartpatiënten Nederland en met de Planning in Horst. Ik heb nog steeds hoop dat we ons hotel kunnen bereiken, ook al gaat het langzaam.
De volgende hindernis is een stijging in een bos. Auto’s staan hier stil, komen niet meer weg. Andere auto’s staan gewoon “ergens” in de sneeuw geparkeerd. Verderop ligt een onder de sneeuwlast bezweken boom over een auto heen. Het sneeuwt ondertussen niet meer maar er staat nog altijd een harde wind.

Ik grijp de schop uit de bus, graaf een auto uit de sneeuw en help met anderen de voorste auto op weg, vervolgens de tweede en zo voort. Als ik zelf aan de beurt ben, rij ik de bus zo weg. Slechts een enkele keer zie ik het lampje van de ASR opflikkeren ten teken dat één van de wielen doorslipt.

Het gaat weer vooruit. Ik weet al niet meer hoe laat het was, toen we bij een volgende blokkade kwamen. In het licht van de schijnwerpers zie ik een voertuig langs de weg liggen. Ik stap uit om te gaan kijken en zie een moderne Mercedes Actros truck met sneeuwploeg in de greppel liggen. Ik denk nog: daar kan ik wel aan voorbij maar 30 meter verder hangt een loodzwaar geworden elektriciteitskabel één meter boven de weg. Hier kunnen we echt niet verder. De man van de Spaanse BB spreekt een paar woordjes Frans en ik begrijp dat er naar een oplossing wordt gezocht (we hoeven nog “maar” 20 km tot ons hotel). Al met al hebben we hier een uur gestaan en dan besluit ik te keren. Ik moet een paar honderd meter achteruit (de personenauto’s zijn al gekeerd) en dan op de rotonde maar weer de andere kant op.

Opnieuw komen we bij een blauw zwaailicht uit, er is verder geen verkeer. De Spaanse politieagent geeft aan dat er maar één optie is, terugkeren naar Girona waar een opvangcentrum is ingericht in een sportcomplex. Dan pas besef ik dat we ons hotel niet meer kunnen bereiken, het is bijna middernacht. Ik overleg opnieuw met William van de Planning en met Roermond. Ik geef aan dat bij het winkelcentrum een hotel ligt waar we misschien terecht kunnen. Jan van Overveld gaat er achteraan. Ik heb ook al aangegeven dat we onze terugreis moeten uitstellen….

In het eerstvolgende dorpje rij ik me vast: een smalle straat en links staan de auto’s dubbel geparkeerd. Rechts een hoge stoeprand en een lantaarnpaal dicht op de weg. Buiten staan mensen in het donker, auto’s achter mij kunnen ook geen kant op. Met een man of vijf worden een viertal auto’s één voor één opzij geschoven. Zo, we kunnen weer, wat een opluchting.

Dan zijn we gauw in de buurt van Girona, de rondweg heb ik vaker gereden. Het is al middernacht geweest en ik zit al een uur of elf achter het stuur, ik ben moe. In een flits zie ik rechts een bord met snelheidsbeperking en verder rechts nog één. De betonnen middenberm ligt rechts van mij. Op dat moment zie ik in de verte autolichten en ik realiseer mij dat ik op de verkeerde weghelft zit, ik ben zelf spookrijder!!! Door die sneeuw zie je ook geen pijlen op het wegdek…
Ik zet de alarmlichten aan, waarschuw met mijn licht de tegenligger en rij rustig achteruit tot ik weer naar rechts kan. Ik rij vervolgens eerst naar dat hotel maar er is geen plaats, zo vergaat het mij ook in het tweede hotel. ’s Nachts om kwart voor één staan er nog zes mensen bij de receptie te wachten.

Er zit niets anders op dan naar het opvangcentrum te gaan. Samen met Piet loop ik naar binnen om te zien hoe het er uitziet. De EHBO’ers worden bijgepraat over onze reizigers en wij mogen een kijkje nemen in de sporthal. Daar liggen mensen op de betonnen vloer, een dun dekentje over zich heen. In de hal vooraan “hangen” nog veel gestrande reizigers op een plastic kuipstoeltje. Piet en ik zijn het gauw eens: we blijven vannacht in de bus. Om 01:45 uur is iedereen naar de wc geweest, gaan de gordijntjes dicht en het licht uit, de standkachel blijft aan. Welterusten allemaal!

De volgende dag Het is even na zeven uur als ik besluit om op zoek te gaan naar een bakker. Van slapen is niet veel terecht gekomen (er spookt nog van alles door mijn hoofd) en ik heb wel zin in vers brood. Een eindje verderop verwacht ik wel wat winkels en ik ga op pad.
Buiten is het prachtig weer, het wordt een zonnige dag maar wel met een pak sneeuw. De parkeerplaats is van sneeuw ontdaan (daar waren ze ’s nachts mee bezig), maar verderop ga ik tot over de enkels in de sneeuw en op de stoep is het een glijpartij, ik moet wel niks breken, denk ik nog…..

Ik vind een bakker en nog andere winkels maar de rolluiken zijn nog dicht en ik besluit om het later nog eens te proberen. Ook dan is de bakker nog dicht maar de groentevrouw opent net de deur. Met die paar woorden Spaans die ik ken, vraag ik haar wanneer de bakker open gaat. Uit haar gebarentaal begrijp ik dat dat vandaag in ieder geval niet gaat gebeuren.
Dan maar weer terug richting bus en dan loop ik nog een bar binnen want ik zie wat donuts in een vitrine liggen. Hier vertelt de barman mij dat de hele wijk geen stroom heeft en dat de bakker daarom niet open gaat…………….. jeetje, wie verwacht nu zoiets in Girona, toch een stad van bijna 100.000 inwoners?

Vanwege mijn rij- en rusttijden mag ik pas om kwart voor elf gaan rijden (minimale rust van 9 uur) maar op dit moment ontgaat mij hiervan echt de zin. Wij hebben geen avondeten gehad, een ontbijt zit er ook niet in en dan hier blijven staan? Ik realiseer mij wel dat een later vertrek wel betekent dat de wegen beter begaanbaar worden. De zon heeft kracht en laat de sneeuw smelten; opruimdiensten zullen ook auto’s moeten wegslepen, elektriciteitskabels zullen van de weg af moeten.
Mijn plan is om eerder dan kwart voor elf naar het grote winkelcentrum te rijden voor een ontbijt (ik hoop dat ze daar stroom hebben) en daarna pas richting hotel te rijden. Ik wil via  de N11 eerst richting Barcelona en dan via de C35 terug naar de kust. Deze C35 is grotendeels dubbelbaans en ik verwacht daar minder problemen.

Via de telefoon overleg ik met Liesbeth, mijn bedrijfsleider en ik krijg toestemming om eerder te vertrekken. Natuurlijk moet ik haar nog zoveel vertellen over de chaos hier ter plekke en ik begrijp uit haar reactie dat het in Nederland moeilijk is voor te stellen wat hier aan de hand is….

Ondertussen vertrekken er diverse gecharterde lijnbussen met evacués en stroomt de sporthal leeg. Ik vraag voor mijn vertrek nog aan een politieagent of hij iets van de toestand op de wegen weet en via de mobilofoon krijgt hij te horen dat het er nog niet best uitziet; hij adviseert nog een paar uurtjes te wachten maar daar hebben we echt geen zin in. 13 jaar heeft het in Girona niet gesneeuwd en dan dit; onvoorstelbaar, zegt hij. We maken voor de laatste keer gebruik van het toilet in de sporthal en enkele gasten komen  terug met wat toast en een doos met flessen water.

Nu is het rustig op de weg en wij bereiken heel snel het winkelcentrum waar we even wat kunnen eten en drinken. Ik adviseer iedereen om in de supermarkt nog wat eten te halen, je weet maar nooit.
Één uur blijven we daar en dan gaan we toch echt op weg naar ons hotel. Onderweg zien we honderden vrachtauto’s langs de kant staan, het lijkt erop dat ze niet verder mogen.

Verderop ligt een tweede sneeuwruimer/strooiwagen in de berm en her en der staan personenauto’s achtergelaten door de eigenaar. Het is een onwezenlijke aanblik. We worden even staande gehouden door een politieagent die aangeeft dat verderop een vrachtwagen vaststaat en hij weet niet of we er aan voorbij kunnen; gelukkig gaat dat zonder problemen.

Een laatste hindernis doemt op als we worden afgeleid van de C35 en de laatste kilometers over locale wegen moeten rijden. Als we Sant Feliu binnenrijden, zien we de aangerichte schade: omgewaaide bomen en veranda’s die onder de sneeuwlast zijn bezweken.
Aangekomen bij ons hotel, is iedereen  opgelucht dat we er eindelijk zijn. Ook in Sant Feliu is geen stroom, maar het hotel heeft een aggregaat en zolang er diesel is, is er ook licht. In het restaurant serveren ze voor ons een lekker soepje en een frikadel of een loempia en dan gaan de meesten van ons een paar uurtjes onder zeil. Vanavond zien we wel verder………….

De laatste loodjes
Ons vertrek de volgende morgen verliep weer met hindernissen. Reizigers vertelden dat ’s nachts rond de klok van drie het aggregaat ermee ophield. De dieselvoorraad was verbruikt. Ik merk dat pas als ik wil opstaan en het licht niet aangaat, dan maar eerst de zaklamp uit de bus halen en zien hoe het loopt. Het ontbijt is summier maar de mensen van het hotel kunnen er ook niets aan doen. De grote vitrine met kaas, ham, eieren, yoghurt en fruit is elektrisch bediend………….. Water en melk zijn op het gas verwarmd en zo krijgen we toch wat warms binnen. Bovenin mijn hoofd blijven de radertjes maar draaien. Mijn grootste zorg is nog altijd de toestand van de wegen; als we de Franse grens maar eens hebben bereikt.

Vanwege de vele vrachtwagens en besneeuwde wegen duurt het ruim vier uur voor we in Frankrijk zijn, maar daarna loopt het ook als een trein en ’s avonds om negen uur (twee uur later dan gepland) komen we bij ons overnachtingschotel aan.

Vaak heb ik nagedacht over het feit of ik deze situatie niet had kunnen voorzien. In de tekst staan een paar passages vet gedrukt, dat zijn mogelijke signalen. Ik weet nu nog niet of er op de Spaanse radio die bewuste maandag een soort weeralarm is afgegeven, daar is mijn kennis van de Spaanse taal toch niet toereikend voor. Stel dat ik hiervan had gehoord, dan was het toch al te laat geweest.
Feit is dat alle reizigers gezond en wel weer terug zijn in Nederland en daar ben ik dankbaar voor. Dat het enerverend was, blijkt wel uit bovenstaand avontuur dat mijn reizigers en ik niet gauw zullen vergeten.
Vanaf deze plaats een compliment aan mijn reizigers die het hele avontuur hebben moeten doorstaan en dank aan onze “achterban” in Nederland. Klasse teamwerk mensen!

Wim Godding
21-03-2010